De Grauwe klauwier is de aanleiding geweest voor de oprichting van Stichting Bargerveen. De soort was in Nederland zeer algemeen in de eerste helft van de vorige eeuw, maar ging sterk achteruit naarmate er meer natuur werd ontgonnen voor landbouw en woningen, en de landbouw zelf steeds intensiever werd. Rond 1990 waren er van de duizenden broedparen nog ongeveer 150 over in Nederland, voornamelijk verspreid langs de grenzen: Zuid-Limburg, de kustduinen op de Waddeneilanden en enkele tientallen in Zuidoost-Drenthe bij het Bargerveen.
De Grauwe klauwier is een zangvogel met het uiterlijk en gedrag van een kleine roofvogel. De soort jaagt voornamelijk op grote insecten en kleine gewervelden als hagedissen, muizen en kikkers. Net als andere klauwieren prikt de vogel prooien soms op scherpe uitsteeksels zoals doorns, afgebroken takken of prikkeldraad. Kleine prooien worden zo verzameld als voorraad wanneer het aanbod tijdelijk groter is dan dat er gevoerd kan worden aan de jongen. Grote prooien worden vastgezet om makkelijker in stukken te voeren aan de jongen.

Met het uitvoeren van herstelmaatregelen in het Bargerveen eind jaren ‘80 van de vorige eeuw nam ook de Grauwe klauwier in aantal toe. Omdat dit de enige plek was in Nederland waar deze sterk bedreigde soort toenam, initieerde beheerder Staatsbosbeheer een onderzoek wat uiteindelijk van 1991 tot 2017 is uitgevoerd en de aanleiding vormde om Stichting Bargerveen op te richten. Nog steeds inventariseren (oud-)werknemers van de stichting de klauwieren populatie in het gebied. De sterke toename in het gebied werd grotendeels veroorzaakt door het zeer hoge prooiaanbod in het gebied in de vorm van libellen, waterkevers, Levendbarende hagedis, hommels en sprinkhanen. Het inzicht dat herstelmaatregelen tot een sterke toename van de dichtheid én de variatie in ‘kleine fauna’ kan leiden vormt nog steeds de belangrijkste basis onder veel onderzoeksprojecten van Stichting Bargerveen. De populatie schommelde de laatste decennia sterk, grotendeels als gevolg van grootschalig herstelmaatregelen in het gebied en de afwisseling van natte (ongunstige) en warme, droge (gunstige) jaren. In 2024 lag de populatie in het Bargerveen rond de 150 territoria.
De laatste jaren is de soort bezig aan een sterke opmars in Nederland, tot ruim meer dan 1000 broedparen. Voornaamste redenen hiervoor is toename van geschikt habitat: kruiden- en structuurrijke vegetaties om in te jagen, met (doorn)struweel als broed- en uitkijkposten. Deze nemen vooral toe in beekdalen en in natuurontwikkelingsterreinen rondom voedselarmere natuurgebieden in het zandlandschap. Daarnaast profiteert de Grauwe klauwier van de toename van warme, droge voorjaren en zomers, waarin veel grote insecten actief zijn en de meeste broedpogingen direct succesvol zijn.